Quaker Vredesgetuigenis
Wij verwerpen met grote nadruk alle oorlog en strijd tegen anderen en elk gevecht,
anders dan met de wapenen van de geest, voor welk doel en onder welk voorwendsel
het ook moge zijn. Dit is ons getuigenis voor heel de wereld. De Geest van Christus,
waardoor we ons laten leiden is onveranderlijk en kan ons dus niet het ene ogenblik
van iets afhouden, omdat het verkeerd is en ons er dan weer toe aanzetten.
Het is onze diepste overtuiging, die we voor de hele wereld uitspreken, dat de
Geest van Christus, die ons leidt in alle waarheid, ons nooit zal aansporen om
met uiterlijke wapens te strijden en oorlog te voeren tegen wie dan ook en zulks
niet voor het Koninkrijk van God, noch voor de Rijken van deze wereld.
(Deze verklaring werd in 1660 afgelegd door de Quakers tegenover koning Karel
II van Engeland)
Na deze verklaring hebben de Vrienden, zoals de Quakers officieel genoemd worden
(naar Joh. 15: 12-16) nog vaak verklaringen over oorlog en vrede de wereld ingezonden.
Hieronder volgt nog een kleine bloemlezing daaruit:
- In 1805:
Waak ertegen je afhankelijk te maken van leger en vloot. Wees zelf vreedzaam
in woord en daad en bidt tot de Vader van het heelal dat hij zijn dwalende
en elkaar bestrijdende schepselen een geest van verzoening mag ingeven.
- In 1912:
Wij zijn heilig overtuigd, dat het vredesgetuigenis, dat ons, naar onze mening
als Genootschap is toevertrouwd, geen kunstmatig aanhangsel is aan ons geloof,
dat achterwege zou kunnen blijven zonder het geheel te schaden, doch veeleer
een organisch uitvloeisel van ons geloof als Christenen en als Vrienden, dat
niet kan worden prijsgegeven zonder onze gehele boodschap aan de wereld te
verminken. Wij weten, dat alle mensen, dank zij het Licht van Christus, dat
in iedere mensenziel is ingeboren, broeders zijn, onafhankelijk van ras of
volk. Deze geheiligde menselijke persoonlijkheid wordt door de oorlog met
de voeten getreden. De oorlog beschouwt de mensen in feite als voorwerpen,
als hinderpalen, die uit de weg moeten worden geruimd, voor zover het vijanden
zijn, en als het onze eigen soldaten betreft, als militaire werktuigen, met
wier geweten men geen rekening behoeft te houden, Als Christenen kunnen wij
er niet aan meewerken onszelf of anderen in een dergelijke situatie te brengen.
Aangezien verder dit Goddelijke Licht in ons het Licht van Christus is, kunnen
wij dit ook niet losmaken van de geest van Zijn prediking, toen Hij op aarde
vertoefde. Wij kunnen geen beroep op Hem doen voor drijfveren in ons, die
ons ertoe brengen te handelen in strijd met hetgeen Hij leerde, door Hem zelf
samengevat als liefde tot God en liefde tot alle medemensen. Het lijkt ons
armzalig en meelijwekkend om aan principes slechts zolang te geloven, als
men ze niet behoeft toe te passen, slechts tot vergeving bereid te zijn; waar
niets te vergeven valt, en alleen lief te hebben, waar wij op wederliefde
kunnen rekenen. Onze tegenwoordige wereld, die in de zonde verstrikt is, heeft
de boodschap der verlossing nodig in woord en daad. Laat ons daarom trouw
blijven aan ons ideaal, dat ons een zware, maar heerlijke verantwoordelijkheid
oplegt.
- In 1945:
De training van mensen om elkaar te doden is een schending van de geheiligde
menselijke persoonlijkheid, want het is een misdaad tegen dat van God in ieder
mens. Het vereist een onmenselijkheid en een blinde gehoorzaamheid, die een
ontkenning is van onze verantwoordelijkheid voor onze medemensen. De militaire
dienst vraagt vaak handelingen die in het burgerleven als anti-sociaal en
misdadig worden beschouwd. Christus vraagt ons onze vijanden lief te hebben;
de regeringen vragen ons hen te doden.
- In 1978:
Ware vrede kan slechts bereikt worden door gebaren van vertrouwen, geloof
in de ander en geduld. Wapens, wantrouwen en ongeloof kunnen slechts leiden
tot oorlog en vernietiging. .
- In 1998:
Wij Quakers geloven dat pogingen tot conflictoplossing met behulp van geweld
niet tot een blijvende oplossing kunnen voeren. Een beroep op en het vertrouwen
in de werking van God in de mens zal daarentegen het verlangde resultaat wel
tot stand kunnen brengen. Onze geloofsovertuiging zegt ons dat in ieder mens
iets van God aanwezig is waarop een beroep gedaan kan worden. Wij menen dat
een gesprek dat gebaseerd is op een wederzijds beroep op deze stem van God
eerder tot een staken der vijandelijkheden kan leiden dan de beoogde gewelddadigheid.
©2005 * ,Maandblad De Vriendenkring