Friends Play Center Am'Ari kamp

Grijze betonnen muren met prikkeldraad, een blauwe vlag van de VN: in Palestina weet je dan dat zich daarachter een vluchtelingenkamp bevindt. Een van de vele tientallen. Vanaf 1948, de eerste jaren in tenten, later in kleine betonnen eenkamerwoninkjes, wonen daarin nog steeds honderdduizenden Palestijnen bovenop elkaar. Grootouders, met hun in de kampen geboren kinderen en kleinkinderen, boven en naast elkaar geschoven en gestapeld in de steeds krappere woonruimte. Zanderige steegjes van nauwelijks een meter breed ('s winters modderpoelen); een volkomen gebrek aan privacy. De scholen, meestal door de VN of NGO's gefinancierd, zijn overvol : klassen van 50 kinderen zijn normaal en per dag wisselen 2 of 3 groepen elkaar af. De meeste kinderen kunnen wel een vervolg- of beroepsopleiding krijgen, maar de vooruitzichten op werk zijn bijzonder slecht: de economische situatie in de Palestijnse autonome gebieden

verbetert slechts uiterst langzaam en aangezien de Palestijnen zonder Israëlische toestemming hun stad of gebied niet uit mogen kan slechts een handjevol Palestijnse arbeiders in Israël een "onderbetaalde" boterham verdienen. Israël maakt liever gebruik van geïmporteerde Aziatische werkkrachten.

Het Am'Ari vluchtelingenkamp bij Ramallah bestaat dus ook al 52 jaar. Met ongeveer 7000 inwoners behoort het tot de kleinere kampen rond Ramallah, maar de situatie is daarmee niet beter.

Het Friends Play Center neemt in het kamp nog steeds een bijzondere en zeer gewaardeerde plaats in. Het is de enige kleuterschool binnen het kamp.

In april heb ik tijdens mijn jaarlijks verblijf in Palestina ook weer een bezoek gebracht aan Violet Zaru en aan het Play Center. Ieder jaar weer een andere groep vijfjarigen. Ze worden door Violet zorgvuldig geselecteerd. De animo is altijd groot en veel moeders moeten helaas worden teleurgesteld. Maar alleen kinderen uit een gezin waarvan nog niet eerder een kind het schooltje bezocht, komen in aanmerking. Bovendien worden alleen kinderen uit de meest behoeftige families uitgekozen: de moeders moeten een witte registratiekaart tonen, waaruit blijkt dat het gezin geen inkomen heeft. Een eigen financiële bijdrage is welkom, maar niet verplicht.

Soms worden kinderen opgenomen met een handicap. In de Palestijnse samenleving, met de vele grote gezinnen, wordt aan gehandicapte kinderen nauwelijks aandacht besteed en soms worden ze min of meer verstoten. En ook op de overvolle scholen hebben de leerkrachten geen tijd en aandacht voor deze kinderen; soms worden ze zelfs geweigerd, ook omdat ze vaak het mikpunt van plagerijen zijn. Violet vertelde over een jongetje met een hazenlip, dat ondanks de door de VN gefinancierde operatie toch een buitenbeentje bleef. Op de basisschool niet geaccepteerd en door kinderen uit zijn omgeving geplaagd, was hij een schuw en teruggetrokken kind geworden. Hoewel hij al 7 jaar was, heeft Violet hem een jaar op het Play Center opgenomen. Het was een goede gelegenheid om de kinderen daar bij te brengen hoe je met een gehandicapt kind zou kunnen omgaan. En het bleek een succes. Het jongetje bloeide op en kreeg zelfvertrouwen, en was na dat jaar in de gelegenheid om op de basisschool verder te gaan.

Ook dit jaar trof ik tussen de kinderen verschillende "kneusjes" aan: kinderen met bijzonder agressief gedrag, met een ziekelijke afwijking, met een zwakke begaafdheid. Maar gelukkig zijn de meesten vrolijk en gelukkig in deze omgeving.

De kinderen zijn meestal goed gekleed, dank zij de kledingzendingen die regelmatig, vooral uit de V.S. naar het kamp worden gestuurd.

Violet vertelde van een zending laarsjes, speciaal voor het Playcenter ontvangen, zeer welkom in de winter als de steegjes in het kamp in modderstroompjes veranderen. Helaas waren ze eerder voor peuter- dan voor kleutervoeten geschikt: allemaal te klein, maar een behulpzame schoenwinkelier in Ramallah was bereid, alles te ruilen voor grotere maten.

Vergeleken bij een aantal jaren geleden ziet het schooltje er goed onderhouden uit. Het is nog steeds eigenlijk te klein voor 50 kinderen en daarom onderverdeeld via schotten in spel-, lees- en rekenruimte, met ook nog een piepklein keukentje, maar er is nu ook een afdak buiten gemaakt, waar een groepje kinderen kan spelen. Ook het spelmateriaal buiten ziet er redelijk goed uit.

Dankzij de regelmatige bijdragen in de salariskosten vanuit Nederland, en andere donaties vanuit Europa en de V.S. is het Play Center in staat dit werk voort te zetten.

Violet vroeg mij zeer nadrukkelijk om alle Nederlandse Vrienden te groeten en van harte te bedanken voor deze steun, die door haar ook als morele ondersteuning van dit werk wordt ervaren.

Misschien vinden mensen het moeilijk om interesse op te brengen voor een tot nu toe onoplosbaar probleem als dat van de Palestijnse vluchtelingen, dat al meer dan 50 jaar bestaat. Er zijn immers al zoveel problemen in de wereld die soms veel urgenter zijn.

Maar als je oog in oog staat met de kinderen die daarvan het slachtoffer zijn en voor wie het ernaar uitziet dat ook zij hun toekomst binnen de grijze betonnen muren van het vluchtelingenkamp tegemoet moeten zien, dan krijgt dat probleem een menselijk gezicht dat je niet dat onberoerd laat.


Nel Bennema.

Uit: De Vriendenkring: april 2005(special)
Voor meer informatie: bezoek deze website
Wie dit project wil steunen, kan dit doen via het Quaker Hulpfonds: giro 220644 t.n.v. pnm.quakerhulpfonds te Deventer

 



©2007 * ,Maandblad De Vriendenkring